Nettopensioen (1) – opbouw nettopensioen

door | mrt 21, 2019

Wanneer is opbouw van nettopensioen mogelijk?

 

•  Opbouw van nettopensioen:

   ▪  is mogelijk over het bedrag boven € 107.593,

        ▪  dat op basis van art. 18ga lid 1 Wet LB 1964,

             ▪  in 2019 niet tot het pensioengevend loon behoort.

 

•  De vrijstelling voor de nettopensioenregeling:

   ▪  is opgenomen in  

        ▪  Afdeling 5.3B; art. 5.17 Wet IB 2001.

 

 

Waarin voorziet de nettopensioenregeling?

 

•  De nettopensioenregeling:

   ▪  voorziet in een afzonderlijke box 3-vrijstelling,

        ▪  voor arbeidsgerelateerd nettopensioen.

 

•  Voor de vormgeving en begrenzing:

   ▪  van de box 3-vrijstelling voor nettopensioen,

        ▪  (art. 5.17 Wet IB 2001),

 

   ▪  is zo veel mogelijk aangesloten

        ▪  bij de regels voor beschikbare-premieregelingen

             ▪  van hoofdstuk IIB Wet LB 1964.

 

 

Hoe is de maximale omvang van de beschikbare premie,

voor een nettopensioen geregeld?

 

•  De maximale omvang:

   ▪  van de beschikbare premie voor een nettopensioen,

        ▪  is geregeld in:

             ▪  art. 5.17a Wet IB 2001, netto-ouderdomspensioen, 

             ▪  art. 5.17b Wet IB 2001, nettopartnerpensioen en 

             ▪  art. 5.17c Wet IB 2001, nettowezenpensioen.

 

•  In deze artikelen staat vermeld:

   ▪  dat de beschikbare premie voor een nettopensioen

        ▪  ten hoogste kan worden bepaald,

 

        ▪  met inachtneming van de uitgangspunten,

             ▪  bedoeld in art. 18a lid 3 Wet LB 1964.

 

 

Wat zijn deze uitgangspunten?

 

•  In art. 18a lid 3 Wet LB 1964 staat vermeld:

 

   ▪  dat een op beschikbare-premiestelsel

        ▪  gebaseerd ouderdomspensioen,

 

   ▪  1) tijdsevenredig wordt opgebouwd

         ▪  en gericht is op een pensioen,

 

   ▪  2) dat na 40 jaren opbouw niet meer bedraagt dan 75%

        ▪  van het gemiddelde pensioengevend loon tot dat tijdstip.

 

 

Hoe hoog mag het netto-ouderdomspensioen

in totaliteit zijn?

 

•  In totaliteit:

   ▪  mag het netto-ouderdomspensioen,

 

        ▪  na 40 jaren opbouw niet meer bedragen dan 75%

             ▪  van het gemiddelde bedrag dat o.b.v. art. 18ga Wet LB 1964,

 

        ▪  niet tot het pensioengevend loon behoort,

             ▪  vermenigvuldigd met de nettofactor ad 48,25%,

                  ▪  van art. 5.16 lid 4 Wet IB 2001.

 

 

Waaruit bestaat de pensioengrondslag, voor de

nettopensioenregeling?

 

•  De pensioengrondslag voor de nettopensioenregeling:

   ▪  bestaat maximaal uit:

 

        ▪  dat deel van het loon van de werknemer,

             ▪  dat ingevolge art. 18ga lid 1 Wet LB 1964,

 

        ▪  voor de toepassing van hoofdstuk IIB Wet LB 1964,

             ▪  niet tot het pensioengevend loon behoort.

 

•  In 2019:

   ▪  wordt hiermee het salarisdeel bedoeld boven € 107.593.

 

 

Related Entries

error: Copyright PENSIOENEN.COM